Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

9.6 Maatregelen

In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op maatregelen die de waterbeheerders nemen om het watersysteem te verbeteren. Dit betreft maatregelen om het afvalwater te zuiveren en de waterkwaliteit te verbeteren. Daarna wordt een aantal specifieke projecten beschreven die RWS Zuid-Holland en de waterschappen hebben uitgevoerd in het kader van de KRW- maatregelen.

Gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat werken samen aan voldoende, zuiver en aantrekkelijk water. Zij zorgen gezamenlijk voor droge voeten voor de inwoners door waterbergingen die het overtollige regenwater afvoeren. Ook zorgen zij er samen voor dat er voldoende waterdiepte is, voldoende stroming en helpen zij knelpunten in de waterkwaliteit op te lossen. Verder komen zij elkaar tegen in de afvalwaterketen, het totale systeem van inzameling en zuiveren van afvalwater Het gaat kort gezegd om de zorg voor voldoende en schoon water in de sloten en singels en een veilige leefomgeving.

Voor het waterbeheer in het Rijnmondgebied zijn vier regionale waterbeheerders verantwoordelijk. Dit zijn Rijkswaterstaat Zuid-Holland en de drie waterschappen: het Hoogheemraadschap van Delfland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (ten noorden van de Maas) en het waterschap Hollandse Delta (ten zuiden van de Maas). De waterschappen en Rijkswaterstaat zijn niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van het drinkwater; deze taak ligt bij de drinkwaterbedrijven.

We onderscheiden maatregelen:

  • voor het beheren en verbeteren van de waterkeringen (dijken, duinen en kunstwerken)4,
  • binnen het taakveld zuiveren van afvalwater,
  • voor het watersysteem (taakvelden waterkwantiteit en waterkwaliteit),
  • in het kader van de Kaderrichtlijn Water.
Taakveld zuiveren van afvalwater
Beheer rioolwaterzuiveringsinstallaties en verbeteren van zuiveringsprocessen:
de waterschappen zuiveren het afvalwater van huishoudens en bedrijven. Het afvalwater gaat naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties via de gemeentelijke riolering en daarna via een stelsel van rioolgemalen en persleidingen.

Taakveld waterkwaliteit
Voorkomen of verminderen van verontreiniging met milieuvreemde en milieubelastende stoffen: milieuvreemde stoffen zijn schadelijke stoffen die van nature niet in het water voorkomen, zoals dioxines en pcb’s. De beste oplossing is permanent voorkomen dat deze stoffen in het oppervlaktewater belanden door bijvoorbeeld: een gebruiksverbod, een lozingsverbod en regels bij gebruik. Milieubelastende stoffen komen van nature in het water voor, maar hebben bij te hoge gehalten een negatief effect. Voorbeelden zijn zware metalen, bacteriën (ziektekiemen), stikstof en fosfaat. Schadelijke milieubelastende stoffen vragen vergelijkbare maatregelen als milieuvreemde stoffen; gaat het om stoffen die het natuurlijke evenwicht tussen planten en dieren verstoren, dan volstaat het regels aan het gebruik te stellen.

Los van permanent benodigde maatregelen om milieuvreemde stoffen te bestrijden, hangt de noodzaak van de overige maatregelen veelal af van de lokale omstandigheden en eerdere maatregelen. Soms moet er eerst een specifiek knelpunt worden opgelost voor andere maatregelen effect sorteren. De praktijk leert dat het vaak nodig is op diverse fronten tegelijk actie te ondernemen.

De waterschappen beschikken niet over wettelijke instrumenten voor de aanpak van diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater door bestrijdingsmiddelen. Daarom proberen de waterschappen op basis van onderzoek invloed uit te oefenen op de gebruikers door hen actief te benaderen, bijvoorbeeld met voorlichting en communicatie, stimulering van het gebruik van kantdoppen, plaatsing van vanggewassen en aanleg van bufferstroken. Via contacten met de wetgever proberen de waterkwaliteitsbeheerders tevens het toelatingsbeleid en het gebruik van middelen te verbeteren. Het bevoegd gezag houdt nu bijvoorbeeld bij de toelating van nieuwe middelen rekening met de negatieve effecten op aquatische levensgemeenschappen. Mede door de communicatie tussen waterschap en gemeenten hebben veel gemeenten inmiddels emissiearme plannen ontwikkeld bij het beheer van de openbare ruimte.

Het aanpassen van de inrichting/structuur van watergangen (o.a. sloten, singels kanalen)
De inrichting van het watersysteem beïnvloedt belangrijke zaken als licht, temperatuur, zuurstof, voedingsstoffen en bodemsamenstelling. Deze aspecten op hun beurt bepalen of het water aantrekkelijk is voor planten en dieren. Inrichtingsmaatregelen zijn onder meer: waterpartijen graven of dempen, stuwen of dammen plaatsen en de oever (helling, materiaal) aanpassen.

Het aanpassen van het beheer en onderhoud (o.a. baggeren, maaibeheer)
Beheer en onderhoud bepalen in belangrijke mate het leefmilieu van planten en dieren. In Zuid-Holland Zuid beïnvloedt het beheer ook het zoutgehalte en daarmee de leefomstandigheden van planten en dieren en de beschikbaarheid van goed water voor de landbouw. Mogelijke maatregelen zijn onder meer aanpassingen in het waterpeil, de hoeveelheden en de bron van inlaatwater veranderen, dieper en vaker baggeren, andere apparatuur gebruiken bij verwijderen van planten en visstandbeheer.

Wanneer de kwaliteit van baggerspecie onder de interventiewaarde blijft, kan het weer vrij toegepast worden in het gebied waaruit het afkomstig is. Waterschappen beschikken over gegevens over de kwaliteit van bagger die bij onderhoudsbaggerwerkzaamheden vrijkomt; dit is lokatiegebonden informatie. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit kan het bevoegd gezag een waterbodemkwaliteitskaar opstellen, die voor een groter gebied geldt, waardoor het verwerken van vrijkomende bagger efficiënter kan gebeuren.

Uitvoering KRW-maatregelen

RWS Zuid-Holland
Een aantal maatregelen in het Beheerplan Rijkswateren (BPRW; 2010-2015) strekt ertoe de ecologische knelpunten in het beheergebied van RWS Zuid-Holland op te lossen. Zo beoogt RWS Zuid-Holland met maatregelen als ‘de Kier’5 en visvriendelijke gemalen de vismigratie van vissen te bevorderen en de KRW-maatlatscore voor vis te verbeteren. Daarnaast helpen waterbodemsaneringen en herstel en inrichtingsmaatregelen op verschillende locaties in het beheergebied van RWS Zuid-Holland mogelijk de maatlatscore van alle biologische kwaliteitselementen te verbeteren.

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK)
Het hoogheemraadschap HHSK heeft het programma Kaderrichtlijn Water voor zijn beheersgebied en voor de planperiode 2010-2015 integraal overgenomen in zijn Waterbeheerplan 2010-2015. Het programma omvat diverse onderzoeks- en uitvoeringsmaatregelen om de waterkwaliteit in de aangewezen KRW-waterlichamen te verbeteren en uiteindelijk te laten voldoen aan de normen. Het omvat ook enkele maatregelen die al (geruime tijd) in voorbereiding waren, zoals maatregelen uit het Integraal Plan Bergse Plas en het Integraal Plan Kralingse Plas.

In 2010 is de sanering en afdekking van de Kralingse Plas afgerond en is het actief biologisch beheer uitgevoerd. Het gemaal Lepelaarsingel is vispasseerbaar gemaakt. Daarnaast is het onderzoek naar de ontwikkeling van ondiepe zones in de Zevenhuizerplas afgerond. Verder zijn de overige maatregelen uit het Integraal Plan Kralingse Plas voorbereid, en is begonnen met de afdekking van de Bergse Voorplas. Al deze maatregelen worden in 2011 uitgevoerd.

Tot slot is in 2010 de voorbereiding gestart van alle natuurvriendelijke oevermaatregelen, een belangrijke maatregel om de ecologische kwaliteit van het water te verbeteren. Inmiddels zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd in Capelle aan de IJssel (Parsival, Capelseweg), Daarnaast is aan een aantal particulieren subsidie toegekend om de natuurvriendelijke oevers te stimuleren.

Het programma ligt op schema om in 2015 te zijn uitgevoerd. Daarmee zal HHSK de doelstellingen uit het Waterbeheerplan 2010-2015 halen. In het voorjaar van 2011 wordt het programma KRW herijkt; op basis daarvan bepaalt HHSK of de resterende investeringsruimte voor het programma toereikend is om de overige KRW-maatregelen uit te voeren.

Waterschap Hollandse DeltaOp 26 november 2009 heeft de Verenigde Vergadering het KRW-programma goedgekeurd. Dit programma bestaat uit onderzoeks-, uitvoerings- en beheermaatregelen die, in samenspraak met derden, in gebiedsprocessen zijn ingebracht. Het gaat deels om geplande maatregelen die ook in gebiedsplannen of stedelijke waterplannen opgenomen zijn. Daardoor was een deel van deze maatregelen in 2009 al in voorbereiding, in uitvoering of afgerond. Een voorbeeld in het Rijnmondgebied is de aanleg van twee vispaaiplaatsen op Putten. In het project Strypse Wetering op Voorne-Putten is waterberging gegraven in combinatie met natuurontwikkeling (PEHS) en recreatief gebruik. Verder zijn zoete en zoute waterstromen in Gebiedplan Putten gescheiden, is de Vierambachtenboezem op Putten gebaggerd en is de waterkwaliteit in het Oosterpark bij Ridderkerk verbeterd.

Naast de al geplande maatregelen zijn in de gebiedsprocessen een aantal nieuwe maatregelen benoemd die specifiek bedoeld zijn om de KRW-doelstellingen te halen6.

© DCMR. Content is onder voorbehoud. zaterdag 19 mei 2012 14:44:48