8.4 Luchtkwaliteit
In deze paragraaf worden gegevens verstrekt over de luchtkwaliteit in de regio. De grafieken tonen de resultaten van het luchtmeetnet van de DCMR Milieudienst Rijnmond voor de componenten stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), ozon (O3) en zwarte rook. Zwarte rook is, hoewel er geen norm voor geformuleerd is, een belangrijke indicator voor de concentraties van ultrafijn stof (PM0,1). Daarnaast wordt aandacht besteed aan optreden van smog.
De luchtkwaliteit in de regio Rijnmond is de afgelopen 30 jaar verbeterd door gerichte maatregelen. De gemeten concentraties zwaveldioxide (SO2), benzeen en benzo(a)pyreen zijn al jaren laag ten opzichte van de grenswaarden. Kortdurende pieken komen nog wel voor. In voorgaande jaren is herhaaldelijk een samengestelde index voor de luchtkwaliteit gepresenteerd. Intussen blijken de samenstellende indicatoren voor deze index vrijwel allemaal te voldoen aan de doelstelling; de gestelde doelen voor de overblijvende componenten zijn niet officieel. De index en het verloop van deze concentraties staan op deze website.
![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
![]() |
(Klik voor de tekst bij de indicatoren op de afbeelding.)
Uit deze grafieken blijkt dat gemiddeld genomen de luchtkwaliteit in de Rijnmond voldoet aan de wettelijke normen. Omdat de concentraties op leefniveau sterk bepaald worden door lokale verkeersstromen, treden er echter aanzienlijke ruimtelijke verschillen op. Figuur 8.3 laat de over 2009 berekende jaargemiddelde concentraties NO2 zien langs de wegen in Rijnmond. Daaronder zijn de berekende jaargemiddelde concentraties fijn stof (PM10) weergegeven. Voor PM10 wordt getoetst aan de grenswaarde voor de daggemiddelde concentratie (maximaal 35 dagen per jaar met een 24 uursgemiddelde concentratie van meer dan 50 μg/m3). Er is een rekenkundig verband tussen het aantal dagen met concentraties >50 μg/m3 en de jaargemiddelde concentratie. Op grond hiervan is vastgesteld dat deze grenswaarde overeenkomt met een jaargemiddelde concentratie van 32,4 μg/m3. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de Monitoringstool, die in het kader van het NSL is opgezet.

Figuur 8.3 NO2-concentraties langs wegen (2009)
(Klik hier voor een pdf-document van de afbeelding.)
Langs vrijwel alle drukke doorgaande wegen in Rotterdam kwamen in 2009, (de in mei 2011 meest actuele beschikbare cijfers) nog concentraties NO2 voor die hoger lagen dan de grenswaarde. Aan deze grenswaarde moet in 2015 zijn voldaan. In paragraaf 8.5 worden de maatregelen gepresenteerd die in het kader van het Regionaal Actieprogramma Luchtkwaliteit en de Rotterdamse Aanpak Luchtkwaliteit (programma RAP/RAL) de komende jaren nodig zijn om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze maatregelen moeten er – samen met de al in uitvoering zijnde maatregelen en de maatregelen op nationaal niveau – voor zorgen dat in 2015 aan de grenswaarde voor de luchtkwaliteit wordt voldaan.

Figuur 8.4 PM10-concentraties langs wegen (2009)
(Klik hier voor een pdf-document van de afbeelding.)
Er zijn in 2009 in de regio Rijnmond vrijwel geen plaatsen meer waar de grenswaarde voor PM10, te bereiken in 2011, wordt overschreden. Alleen langs het rood gekleurde stuk weg van de A15 in de Botlek zullen naar verwachting in 2011 nog concentraties boven de grenswaarde voorkomen. Langs deze weg liggen echter alleen bedrijventerreinen en mensen verblijven daar niet langdurig. Op grond van het toepasbaarheidsbeginsel en/of het blootstellingscriterium uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 hoeft de luchtkwaliteit hier dus niet beoordeeld te worden. Langs de meeste gedeelten van de A15 staat dit in de Monitoringstool aangegeven, maar bij dit deel is dat niet gebeurd. Overigens is niet uit te sluiten dat, o.a. als gevolg van ongunstige meteorologische omstandigheden, overschrijdingen van de dagnorm optreden.
Aan weerszijden van de Maastunnel worden concentraties boven de grenswaarde verwacht. Met de standaard rekenmethoden uit de Monitoringstool is het echter moeilijk een tunnel te modelleren. De situatie rond de Maastunnel zal in een windtunnelonderzoek nader bestudeerd worden; mocht de grenswaarde (m.n. aan de zuidzijde van de tunnel) overschreden worden, dan zal er in het programma RAP/RAL naar een oplossing worden gezocht. Dit geldt zowel voor NO2 als voor PM10.






