8.8 Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
- De afgelopen tien jaar is de luchtkwaliteit in de regio Rijnmond verbeterd. In 2010 voldoet de luchtkwaliteit in de Rijnmond gemiddeld genomen aan de wettelijke normen. Omdat de concentraties op leefniveau sterk bepaald worden door lokale verkeersstromen, treden er echter aanzienlijke ruimtelijke verschillen op, waardoor vooral in stedelijk gebied hoge NO2-concentraties voorkomen.
- Daarnaast ligt langs een groot aantal wegen de berekende NO2-concentratie nauwelijks onder de grenswaarde, waardoor een geringe afwijking in de verwachte ontwikkelingen, schommelingen in het weer of andere onzekerheden kunnen leiden tot knelpunten.
- De industriële emissies van onder meer verzurende stoffen dalen en dit draagt bij aan het halen van de nationale emissieplafonds, maar deze daling is niet direct terug te zien in lagere concentraties op leefniveau; dit komt o.a. door de hoogte waarop de industriële uitstoot plaatsvindt.
- Voor fijnstof (PM10) wordt aan de grenswaarde voldaan. Ook de grenswaarde voor PM2.5 voor 2015 zal naar alle waarschijnlijkheid gehaald worden. Het deel van het fijnstof dat voor de gezondheid het meest schadelijk is, is ultrafijn stof dat wordt uitgestoten door gemotoriseerd wegverkeer. Hiervoor bestaat geen regelgeving. Met name vrachtwagens stoten relatief veel ultrafijn stof (dieselroet) uit. Maatregelen ter vermindering van het verbrandingsaerosol hebben het meeste effect op het gebied van de gezondheid.
- Het maatregelenpakket van het Regionaal Actieprogramma Luchtkwaliteit Rijnmond en de Rotterdamse Aanpak Luchtkwaliteit RAP/RAL verbetert de luchtkwaliteit, hoewel dit moeilijk te kwantificeren is, maar ook Europees en nationaal bronbeleid is noodzakelijk om de doelstelling te halen.
Aanbevelingen
Het beleid in de regio Rijnmond – zoals het RAP/RAL en het Programma Duurzaam van de gemeente Rotterdam – is erop gericht op tijd de grenswaarden te halen voor de luchtkwaliteit. In de aanbevelingen wordt aangegeven wat er nog meer mogelijk is om de gezondheid van de bewoners van Rijnmond verder te verbeteren.
Soms bestaat de indruk dat lokale maatregelen tegen luchtverontreiniging weinig zin hebben, omdat bijvoorbeeld een groot deel van het fijn stof afkomstig is uit het buitenland of van natuurlijke oorsprong is. Toch is door lokale maatregelen winst te halen voor de gezondheid van bewoners van stedelijke gebieden. Op zwaarbelaste plekken, bijvoorbeeld langs binnenstedelijke wegen, is het merendeel van het fijn stof (PM10) een gevolg van menselijk handelen; bij ultrafijn stof, dat afkomstig is van verbrandingsprocessen, is dat vrijwel volledig het geval.
Om de luchtkwaliteit in de huidige situatie te verbeteren, wordt aanbevolen om:
- onderzoek te doen naar de mogelijkheden om regionaal beleid op te stellen om waar mogelijk te voorkomen dat gevoelige groepen langdurig verblijven op zwaar belaste plaatsen en hoe dit regionale beleid door te vertalen is naar ruimtelijke indeling en verkeer en vervoer;
- maatregelen te nemen die de uitstoot van auto’s verminderen; hierbij valt te denken aan schonere (al dan niet bedrijfsgerelateerde) voertuigen, verkeersmaatregelen als milieuzones, snelheidsregulering, stimuleren van fietsen, openbaar vervoer, dynamisch verkeersmanagement en electrisch vervoer;
- onderzoek te doen naar potentiële nieuwe knelpunten, in relatie tot maatregelen op het gebied van ruimtelijke planvorming en extra financiële inzet voor het nemen van maatregelen;
- bedrijfsgerelateerde vervoerbewegingen te reduceren door stimulering van vervoermanagement bij bedrijven (zie de aanbevelingen in het hoofdstuk Energie);
- te blijven aandringen bij het Rijk en bij de Europese Unie op bronmaatregelen;
- in Eurocities-verband gezamenlijke maatregelen te agenderen om de achtergrondconcentratie te verlagen;
- in aanbestedingen voor nieuwe infrastructuur gunningscriteria rondom luchtkwaliteit mee te wegen;
- lage industriële NOx bronnen verder te saneren.
Om de gezondheid van de inwoners van Rijnmond verder te verbeteren, wordt aanbevolen om:
- in de ruimtelijke planning vroegtijdig rekening te houden met luchtkwaliteit wat betreft afstanden van bestemmingen voor langdurig verblijf van gevoelige groepen tot rijkswegen en drukke binnenstedelijke wegen;
- in nieuw te bouwen woningen kunnen speciale filtersystemen soms een verbetering geven;
- maatregelen te nemen die juist de uitstoot van ultrafijn stof verminderen;
- inwoners van Rijnmond te stimuleren om vaker de fiets te pakken, omdat dit tevens andere gezondheidsvoordelen heeft.

