8.3 Blootstelling
Effecten van luchtverontreiniging ontstaan wanneer mensen (of natuur) blootgesteld worden aan te hoge concentraties verontreinigende stoffen. Wanneer er geen mensen in bepaalde gebieden verblijven, zullen daar ook geen effecten optreden. Voor beleidsmakers levert dit aanknopingspunten op: zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen bij ruimtelijke ontwikkeling geen woongebieden of kwetsbare natuur te ontwikkelen op zwaar belaste plekken. Deze paragraaf gaat in op de blootstelling van de inwoners van de regio Rijnmond en de natuur aan een aantal luchtkwaliteitwaarden.
8.3.1 Blootstelling van inwoners
Luchtverontreiniging
Vooral langs drukke wegen wordt gezondheidsschade verwacht door luchtverontreiniging (paragraaf 8.2). De kaart hieronder toont als voorbeeld de wegen in Rotterdam en directe omgeving waarover dagelijks meer dan 10.000 motorvoertuigen rijden. Op de kaart staan ook de woonhuizen aangegeven binnen 50 meter afstand van binnenstedelijke wegen, 100 meter van provinciale wegen en 300 meter van rijkswegen. Dat zijn de plaatsen waar de bewoners, onder wie ook kwetsbare personen, langdurig blootstaan aan een grote belasting door luchtverontreiniging door wegverkeer. Ruim 146.000 mensen in Rijnmond worden blootgesteld aan verhoogde concentraties luchtverontreiniging langs de aangegeven wegen. Een overzicht van alle gemeenten is te vinden op deze website. De figuur toont een uitsnede van het gebied, in verband met de leesbaarheid van de figuur.
Klik hier voor het overzicht van alle gemeenten.

Figuur 8.1 Woonhuizen langs drukke wegen in Rotterdam
(Klik hier voor een pdf-document van de afbeelding.)
Geur
Mensen worden niet alleen blootgesteld aan luchtverontreiniging, die vaak niet direct waarneembaar is, maar ook aan geur. Zeker in de directe omgeving van de industrie kan er geregeld sprake zijn van geurwaarneming en soms ook van stankhinder. De volgende indicatoren geven een beeld van de meldingen bij de meldkamer van de DCMR over o.a. geur.
Elke drie jaar voert de provincie Zuid-Holland het milieubelevingsonderzoek (MBO) uit, onder andere in het Rijnmondgebied. Daaruit is af te leiden in hoeverre de ondervraagde mensen hinder ondervinden van onder meer stank. In 2011 volgt opnieuw een MBO. In het volgende MSR-rapport presenteren we de resultaten daarvan.
(Klik voor de tekst bij de indicator op de afbeelding.)
Onderstaande indicator geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de geurmeldingen in 2010.
(Klik voor de tekst bij de indicator op de afbeelding.)
8.3.2 Belasting van de natuur
Niet alle soorten natuur zijn even gevoelig voor de effecten van depositie van verzurende en vermestende stoffen. Zo zijn duinvegetaties op arme zandgronden veel gevoeliger dan moerassen op kleigrond. Voor verschillende natuur- en vegetatietypen zijn kritische depositiewaarden bepaald (critical loads). Wanneer de actuele depositie deze kritische depositiewaarde overschrijdt, treden negatieve effecten op.
De volgende kaart laat de Natura 2000-gebieden zien in en dichtbij het Rijnmondgebied, met uitzondering van de Voordelta. De Voordelta is namelijk niet gevoelig voor zure depositie. Voor elk Natura 2000-gebied toont de kaart de berekende stikstofdepositie (bovenste getal) en de kritische depositie (onderste getal).

Figuur 8.2 Natura 2000-gebieden met berekende stikstofdepositie en kritische stikstofdepositie
(Klik hier voor een pdf-document van de afbeelding.)
Voor het Haringvliet en de Oude Maas is de actuele depositie (in 2009) lager dan de kritische depositie. De stikstofdepositie in de Duinen van Goeree, Voornes Duin en Solleveld-Kapittelduinen ligt op dit moment (soms ruim) boven de kritische depositie. Zonder (extra) beheeringrepen heeft de natuur in deze gebieden te lijden van de stikstofdepositie. Voor deze gebieden stelt de provincie Zuid-Holland een beheerplan op, dat ertoe moet leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen in elk geval gehaald worden. Dit plan kan de basis zijn voor prestatie-indicatoren om de voortgang van het plan te monitoren.



