7 Groen
Groen en biodiversiteit dragen in belangrijke mate bij aan de leefomgevingskwaliteit van deze regio. De toegankelijkheid en de nabijheid van groene gebieden hebben een positief effect op het welzijn en welbevinden van mensen. Tevens is dit een belangrijke economische parameter voor een gunstig vestigingsklimaat van bedrijven. Daarnaast versterkt groen de biodiversiteit binnen de regio. De kwaliteit van landelijke gebieden wordt versterkt door de bundeling van kwaliteiten in gebieden, bijvoorbeeld tussen groenkwaliteit en stiltekwaliteit.
Het belang van biodiversiteit is groot omdat biodiversiteit essentieel is voor het optimaal functioneren van het ecosysteem en de (voedsel)kringloop. Een gezonde biodiversiteit kan negatieve invloeden zoals plantenziekten temperen en vormt een buffer voor oprukkende invasieve exoten (soorten die zich buiten het natuurlijke verspreidingsgebied vestigen). Zo worden de risico’s gespreid. Steeds meer mensen onderkennen het belang van biodiversiteit voor de voedselproductie en andere ecosysteemdiensten.
In dit hoofdstuk wordt groen en biodiversiteit gemonitord met indicatoren die een integraal beeld geven van de aanwezigheid van groene gebieden en groenblauwe infrastructuur en de verscheidenheid van plant- en diersoorten. Deze indicatoren hebben een relatie met de indicatoren uit de hoofdstukken 8, Lucht en 9, Water.

(Klik hier voor een interactief schema.)
Wettelijk kader groen Op het thema groen is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:- het Natura 2000 waarin beschermde natuurgebieden staan aangewezen die deel uitmaken van het Europese netwerk van gebieden (zie www.Natura 2000.nl);
- de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet;
- het rijksbeleid op het gebied van natuur (Ecologische Hoofdstructuur, EHS) en recreatie (Recreatie om de Stad, RodS) voor de periode 2007-2013;
- de doelstellingen in het Meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland 2007-2013. Meer informatie is hierover te vinden op www.rijksoverheid.nl/ministeries/eleni. De middelen worden beschikbaar gesteld via het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG);
- het Europese programma LIFE+ welke tot en met 2013 het Europees milieu- en natuurbeleid en -wetgeving financieel ondersteunt (zie verder www.zuid-holland.nl);
- de Kaderrichtlijn Water (KRW); hoofddoel is alle grond- en oppervlaktewateren te beschermen tegen achteruitgang en waar mogelijk te verbeteren, wat van invloed is op de waterflora en fauna. Zie ook het hoofdstuk Water;
- de Nota uitvoering verdrogingbeleid Zuid-Holland; geeft een overzicht van de maatregelen die de provincie tot 2013 wil nemen om verdroging te bestrijden. De verdroogde gebieden worden de TOP-gebieden genoemd;
- de Provinciale Structuurvisie; hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. Ook zijn de groengebieden in de regio gealloceerd;
- de Structuurvisie Randstad 2040; bevat de visie op groen als ‘het beschermen en ontwikkelen van landschappelijke differentiatie en de ontwikkeling van groene woon- en werkmilieus’. Dit wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van stedelijke parken en transitiegebieden van de landbouw, de zogenoemde groenblauwe opgave. Meer informatie is te vinden op www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm;
- de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het landelijk netwerk van natuurgebieden. De provinciale ecologische hoofdstructuur (PEHS) is het netwerk op provinciaal niveau. Op regionaal niveau vormt het Regionaal Groenblauw Structuurplan 2 (RGSP2) een uitwerking van het overkoepelende Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020 (RR2020), waar de provinciale EHS (PEHS) in is geïntegreerd. Zie www.stadsregio.info;
- de Crisis- en herstelwet. Deze wet is sinds 31 maart 2010 van kracht. De wet zorgt voor kortere procedures, waardoor bouwprojecten sneller uit te voeren zijn. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. Deze wet heeft ook gevolgen voor natuurontwikkeling.
|