Wettelijk kader
Wet- en regelgeving en beleid Brzo
Het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo’99), de Nederlandse uitvoering van de Europese SEVESO-richtlijn, heeft betrekking op bedrijven waarbij grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Het Brzo ’99 richt zich op de beperking en beheersing van de veiligheidsrisico's bij de productie en opslag van gevaarlijke stoffen. Hiervoor worden eisen gesteld aan de bedrijven en de betrokken overheden.
Gezamenlijk toezicht
De betrokken overheden (bevoegd gezag Wet milieubeheer, Arbeidsinspectie, brandweer en de waterkwaliteitbeheerders) oefenen gezamenlijk toezicht uit op de bedrijven die onder het Besluit vallen, de ‘Brzo-bedrijven’. De doelstellingen en (samenwerkings)afspraken bij het toezicht op deze bedrijven is bestuurlijk vastgelegd in het Inspectieprogramma BRZO’99 Brzo-regio West 2007-2011. Twee drempelwaarden Het besluit onderscheidt twee drempelwaarden: een lage en een hoge. Bedrijven die de lage drempelwaarde overschrijden, heten Pbzo-bedrijven. Zij moeten preventiebeleid ontwikkelen en vastleggen in een 'Preventiebeleid Zware Ongevallen' (Pbzo)-document. Verder moeten zij een werkend veiligheidsmanagementsysteem (VMS) hebben waarin veiligheidsaspecten via procedures zijn geborgd. Bedrijven die de hoge drempelwaarde overschrijden, moeten daarbij ook een veiligheidsrapport (VR) opstellen; dit zijn de VR-plichtige bedrijven.
BeteRZO
Om de uitvoering van de overheden te verbeteren, is het programma BeteRZO uitgevoerd en afgerond in 2006. Eén van de kernpunten is het organiseren en verankeren van een kwalitatieve uitvoering door: tijdigheid, uniformiteit, juistheid, rechtvaardigheid en eenduidigheid.
Landelijke organisatie
Alle betrokken overheidsdiensten hebben aan dit programma deelgenomen. Om de verbetering blijvend en landelijk aan te sturen, is er een landelijke organisatie opgericht, het LandelijkAfstemmingsTeam BRZO (LAT-BRZO). Hiervoor hebben de bestuurders van de provincies Noord- en Zuid-Holland afspraken vastgelegd in het Inspectieprogramma Brzo’99 2007-2011.
Bevi
Een andere relevante regeling is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dit besluit dateert van 27 oktober 2004 en is in 2008 geactualiseerd. Het legt veiligheidsnormen op aan overheden die beslissen over bedrijven die een risico vormen voor personen buíten het bedrijfsterrein. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij huizen, ziekenhuizen of scholen (de zogenaamde kwetsbare objecten) of in de buurt van winkels, horecagelegenheden en sporthallen (de beperkt kwetsbare objecten).
Harde norm en zachte norm
Het Besluit verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met externe veiligheid bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijkeordeningsplannen. Dit betekent dat zij rekening moeten houden met een harde norm en een zachte norm:
- de harde norm houdt in dat er een minimale afstand moet zijn tussen woningen en een risicovolle activiteit (plaatsgebonden risico);
- de zachte norm is de verantwoording van het groepsrisico en houdt de afweging in van veiligheid versus economische, ruimtelijke en politieke belangen (het groepsrisico).
Ook al voldoen alle risicovolle activiteiten aan de harde norm die in de vergunningen zijn verwoord, dan nog kunnen er (zelfs dodelijke) slachtoffers vallen, wanneer zich een groot ongeluk voordoet. De kans hierop is echter zeer klein. Het bevoegd gezag (Wm en/of RO) dient dit te verantwoorden in alle gevallen van wijziging van of rondom de risicovolle activiteit. Samen is dit bevoegde gezag verantwoordelijk voor het juiste evenwicht tussen gewenste veiligheid, economische groei en plaatselijke mogelijkheden.
Communicatie
Communicatie over deze afwegingen richting de inwoners van de gemeente is nieuw en wordt gefaciliteerd vanuit de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Een interessante ontwikkeling voor de regio Rotterdam-Rijnmond is de ontwikkeling van de Mal groepsrisico. Dit is een instrument dat specialisten externe veiligheid, beleidsadviseurs en bestuurders helpt bij het afwegen van risico’s tegen maatschappelijke kosten en baten van risicovolle activiteiten en het opstellen van de verantwoording van het groepsrisico. Meer informatie hierover is te vinden op www.malgroepsrisico.nl en www.relevant.nl.
Convenant LPG-autogas
Het Convenant LPG-autogas is van belang om de veiligheid op en rond LPG-tankstations te verbeteren. Het convenant is op 22 juni 2005 door de staatssecretaris van Milieu en de Vereniging Vloeibaar Gas (VVG) getekend. In 2010 moeten alle tankstations voldoen aan nieuwe, strengere veiligheidsnormen.
Amvb buisleidingen
Veel transport en distributie in Nederland vindt plaats via kabels, leidingen en elektromagnetische velden. Voor de berekening van de risico’s van de hogedrukaardgasleidingen is door het RIVM het programma CAROLA ontwikkeld. Hiermee kan het plaatsgebonden risico en groepsrisico berekend worden. Veiligheidsafstanden Er wordt verwacht dat de nieuwe veiligheidsafstanden in een aantal gevallen groter zijn dan de huidige afstanden. Het RIVM onderzoekt momenteel de consequenties. Op dit moment zijn de veiligheidsafstanden uit de circulaires over hogedruk aardgastransportleidingen en brandstofleidingen nog geldig.
Basisnet
Het basisnet met de zones en gebruiksruimten wordt vastgelegd in het Btev (Besluit transportroutes externe veiligheid). Hierbij spelen belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ontwikkeling en veiligheid een grote rol. Het Basisnet bestaat uit drie kaarten waarop bestaande spoor-, vaar- en rijkswegen onderverdeeld zijn in drie categorieën met bijbehorende veiligheidszones. Daarmee moeten professionals die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening rekening houden. Daarnaast wordt per transportroute een gebruiksruimte vastgelegd waaraan de vervoerders zich moeten houden.
Zie voor meer informatie over wet- en regelgeving:

