3.5 Emissies van stoffen in de bodem
Er worden minder nieuwe gevallen van bodemsanering gesaneerd dan er ontstaan door calamiteiten, menselijke fouten en illegale activiteiten. Alleen in het havengebied is er sprake van grootschalige grondwaterverontreiniging door puntbronnen. Daarnaast worden bodem en grondwater belast door diffuse bronnen als verkeer, scheepvaart en landbouw.
3.5.1 Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging
Alle gevallen van bodemverontreiniging die na 1987 (voor asbest geldt: sinds 1991) zijn ontstaan zijn nieuwe bodemsaneringsgevallen. De veroorzaker moet deze zo snel mogelijk volledig opruimen. Als er geen veroorzaker aan te wijzen is, moet de terreineigenaar direct zelf saneren; in de openbare ruimte is dat meestal de gemeente. Alle andere gevallen worden gezien als historisch en worden functioneel gesaneerd in het kader van de Saneringsregeling in de Wet bodembescherming (zie verder paragraaf 3.6).
Nieuwe bodemverontreinigingen ontstaan door bijvoorbeeld ongelukken (Klik hier voor meer informatie). Soms is er sprake van grote calamiteiten met mobiele stoffen, die in korte tijd een groot gebied verontreinigen tot vele meters diepte. De bodemsanering kan dan diverse jaren gaan duren en wordt kostbaar.
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging moeten direct worden gemeld in het kader van de Wet milieubeheer (art. 13), of de Wet bodembescherming (art. 27). Daarnaast moet direct verdere bodemverontreiniging worden voorkomen. Omwille van een snelle bodemsanering kan direct worden gestart met ontgraven op basis van een plan van aanpak, dat is beoordeeld door het bevoegde gezag.
![]() |
(Klik voor de tekst bij de indicator op de afbeelding.)
Een saneringsplan wordt gemaakt bij een omvangrijk nieuw geval en bij nieuwe gevallen die moeilijk te saneren zijn. Door goede registratie van meldingen en adequaat toezicht en handhaving houden bedrijven zich steeds beter aan hun meldings- en saneringsplicht, zij het nog niet altijd. Elk jaar is het aantal nieuwe meldingen groter dan het aantal afgesloten meldingen, wat wijst op een achterstand bij de afhandeling van incidenten (zie indicator 5046).
3.5.2 Diffuse belasting met bodemverontreinigende stoffen
Hoewel er in de afgelopen decennia veel aandacht is besteed aan preventie, zijn er nog steeds diffuse bronnen die de bodem belasten met verontreinigende stoffen. De belangrijkste oorzaken/bronnen zijn vervuild oppervlaktewater, landbouw en verkeer.
Verontreiniging oppervlaktewater
Verontreiniging van de waterbodem wordt vooral veroorzaakt door afvalwater, meststoffen, vuil water van schepen en calamiteiten. Onderhoudsbagger uit de Rotterdamse havens wordt daarom voor een deel opgeslagen in een depot op de Maasvlakte, de Slufter. Voor de overige licht verontreinigde en daarmee op zee verspreidbare bagger is hergebruik op land slechts mogelijk onder aanzienlijke beperkingen. De onderhoudsbagger uit de singels in de stedelijke gebieden van de regio is veelal bijna schoon, een uitzondering hierop wordt gevormd door ‘erfenissen’ die voor (eenmalige) sanering in aanmerking komen. Door depositie en verkeer komen verspreid door de regio licht verhoogde gehalten voor aan zink en PAK’s.
Landbouw
In de landbouw worden meststoffen en bestrijdingsmiddelen gebruikt: deze verontreinigen de (water)bodem en het grondwater. Het probleem doet zich vooral voor in de glastuinbouw waardoor de bodem steeds meer verzadigd raakt met fosfaat, stikstof en bestrijdingsmiddelen. In de overige landbouwgebieden in de regio Rijnmond doen deze problemen zich (nog) niet voor.
Verkeer
Langs rijkswegen is de belasting in de bermzones aanzienlijk, als gevolg van run-off van de verharding. Deze bestaat onder andere uit zand, roet, rubberresten en metaalslijpsel. Deze run-off hoopt zich op in de bermen en wordt regelmatig afgegraven om de hoogte van de bermen onder wegdekhoogte te houden.
Andere diffuus belastende bronnen
Naar andere diffuse bronnen die de bodem belasten met verontreinigende stoffen, is nog weinig onderzoek gedaan. Het betreft o.a. strooizout en hondenpoep. Zie www.msronline voor een inventarisatie van de kwaliteit van het freatische grondwater in Rotterdam en Schiedam. Het betreft o.a. strooizout en hondenpoep. (klik hier voor informatie).


