Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

U bent hier

Inhoud

3.4 Bodemkwaliteit

De chemische bodemkwaliteit wordt bepaald door bodemverontreinigende diffuse en/of puntbronnen in de regio. Deze worden in beeld gebracht door bodemkwaliteitskaarten. Bodemdaling, grondwaterstand en archeologie zijn onderdeel van de bodemkwaliteit.

3.4.1 Bodemkwaliteit

De bodem wordt verontreinigd door één bron, een zogenaamde puntbron, of door een veelheid van bronnen die diffuse bodemverontreiniging veroorzaken.

  • Puntbronverontreiniging wordt veroorzaakt door een specifieke, meestal bedrijfsmatige activiteit. Puntbronnen leiden tot scherp begrensde, beperkte bodemverontreinigingen, waarbij het mogelijk is de concentratiecontouren te bepalen. Een voorbeeld is een olievlek door een lekkende ondergrondse brandstoftank.
  • Diffuse bodemverontreiniging is terug te voeren op diverse bronnen en is verspreid over grotere gebieden. De ruimtelijke begrenzing ervan is onduidelijk en er zijn geen concentratiecontouren. Voorbeelden van diffuse bodemverontreiniging zijn een verontreinigde stedelijke ophooglaag en een grondlaag vermengd met verontreinigd verhardingsmateriaal.
  • Daarnaast komt er een tussenvorm voor; deze is weliswaar scherp begrensd, maar binnen het begrensde gebied is er een randpatroon aan concentraties binnen een zekere bandbreedte. Voorbeelden zijn: stortplaatsen, baggerspecieloswallen en grote gasfabrieksterreinen.

Figuur 3.1: potentiële puntbronnen in Rijnmond (exclusief Schiedam)

PDF document (klik hier voor de afbeelding in pdf-formaat)

In de bodem van het Rotterdamse havengebied bevinden zich (deels grote) puntbronnen. Zolang deze bronnen niet zijn gesaneerd, zal de bodemverontreiniging steeds verder verspreiden met de grondwaterstroming. Met de invoering van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit in 2008 worden er aan de bodemkwaliteitskaarten meer eisen gesteld. De gemeenten moeten nu niet alleen kaartbeelden maken voor de bodemkwaliteit van boven- en ondergrond, maar ook per zone bepalen welk bodemgebruik het meest gevoelig en/of maatgevend is voor alle onderscheiden zones. Op basis hiervan moeten zij een kaartbeeld bodemfunctie opstellen.

(Klik voor de tekst bij de indicatoren op de afbeelding.)

Alle gemeenten hebben de diffuse bodemverontreiniging in kaart gebracht met behulp van bodemkwaliteitskaarten volgens het oude model. Per gemeente zijn zones onderscheiden, gebieden/wijken met eenzelfde ophoog- en gebruiksgeschiedenis, en daarmee een overeenkomstig diffuus (dan wel schoon) verontreinigingsniveau. Per gemeente zijn zones onderscheiden, gebieden/wijken met eenzelfde ophoog- en gebruiksgeschiedenis, en daarmee een overeenkomstig diffuus (dan wel schoon) verontreinigingsniveau. Klik hier voor achtergrondinformatie over bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassen.

De gemeente Rotterdam heeft Lokale Maximale Waarden bagger/landbouw afgeleid om de bodemkwaliteitsklasse overig te splitsen in een klasse landbouw en een klasse natuur. Tevens zijn deze Lokale Maximale Waarden bedoeld als toepassingsnorm voor vrijkomende bagger uit watergangen, als alternatief voor de veel complexere generieke regelgeving.Rotterdam en Schiedam hebben verhoogde Lokale Maximale Waarden afgeleid. Vlaardingen volgt het Rotterdamse beleid. Alle gemeenten op Voorne-Putten houden het generieke beleidskader aan. Voor de overige gemeenten is nog niet duidelijk welk beleid ze volgen.

3.4.2 Andere bodemthema’s

Naast het thema bodemkwaliteit worden andere bodemthema’s belangrijk in zowel het landelijke als het stedelijke gebied. Het volgende schema maakt duidelijk welke problemen zich kunnen voordoen.

BodemthemaRelvantie in stedelijk gebiedRelevantie in landelijk gebied
Bodemvruchtbaarheid en organische stofWeinig problematisch: in tuinen en openbaar groen wordt meestal >30 cm teelaarde aangebracht Door intensieve landbouw op basis van kunstmest neemt het humusgehalte in bodems af
BodemdalingZetting leidt tot hoge beheerkosten en veel overlast als gevolg van goedkoop/verkeerd bouwrijp makenBodemdaling in de veenweidegebieden door oxidatie van veen leidt op lange termijn tot te diepe, slecht ontwaterbare polders
BodemverdichtingBodemverdichting leidt tot een slechte ontwatering en slechte bewortelbaarheid voor bomen, struiken en andere plantenBodemverdichting leidt tot een slechte waterhuishouding in de bodem en productieverlies in de landbouw
BodemafdekkingTe veel bodemafdekking door bebouwing en verharding leidt tot verdroging en bergingsproblemen voor afstromend hemelwaterBodemafdekking in met name glastuinbouwgebieden leidt tot bergingsproblemen voor afstromend hemelwater
GrondwaterstandEen te hoge of te lage grondwaterstand leidt tot ongezonde vochtige huizen, dan wel tot het rotten van houten palenTe vergaande ontwatering leidt tot droogteschade in de landbouw in hete droge zomerperiodes (en beregenen kost veel geld)
Archeologische en landschappelijke waardenOndergronds bouwen leidt tot steeds meer vernietiging van het bodemarchief en noodopgravingenRuilverkaveling en rationalisatie in de landbouw leiden in toenemende mate tot verlies van kenmerkende landschappen

Doordat veel stedelijk gebied op venige bodems ligt en hiermee bij de bouw geen rekening is gehouden, is zetting/bodemdaling een veel voorkomend probleem voor gemeenten en bewoners.

Door verkeerd bouwrijp maken wordt het ook problematischer de grondwaterstand in stedelijke gebieden op het juiste peil te houden. Als de grondwaterstand structureel te laag is, staan de paalkoppen van gebouwen droog. Houten paalkoppen rotten en het gebouw moet in dat geval vroegtijdig technisch worden afgeschreven of tegen hoge kosten worden voorzien van nieuwe (betonnen) funderingspalen. Is de grondwaterstand echter structureel te hoog, dan staan kruipruimtes vol met water en ontstaan er vochtproblemen in de woning, met name in woningen zonder dampdichte betonnen vloer. Een te vochtige binnenlucht leidt tot schimmelvorming in leef- en werkruimtes en daarmee tot gezondheidsklachten voor de gebruikers. Bovendien gaan houten vloeren rotten door vochtophoping in kruipruimtes, met hoge renovatiekosten als gevolg.
Figuur 3.2 risicokaart funderingen in Rotterdam (geel: funderingsproblemen bij
< 1% panden; oranje: funderingsproblemen bij 1% à 5% panden; rood: funderingsproblemen bij 5% à 30% panden)
PDF document (klik hier voor de afbeelding in pdf-formaat)

3.4.3 Gebruik van de ondergrond

Steeds meer ondergrond wordt benut voor menselijk gebruik. In het schema hieronder is te zien voor welke doeleinden de ondergrond van de Rijnmondregio steeds intensiever wordt gebruikt. Steeds meer ondergrond wordt benut voor menselijk gebruik. In het schema hieronder ziet u voor welke doeleinden de ondergrond van de Rijnmondregio steeds intensiever wordt gebruikt.
Klik hier voor achtergrondinformatie bij het schema dat aangeeft voor welke doeleinden de ondergrond van Rijnmondregio steeds intensiever wordt gebruikt.

Inmiddels wordt het zo ‘druk’ in de ondergrond, dat activiteiten elkaar in de weg gaan zitten en de behoefte aan ruimtelijke ordening in de ondergrond groeit. Het duidelijkst is dit in het Rotterdamse stadscentrum, waar de gemeente steeds meer ondergronds bouwt en steeds meer WKO-systemen aanlegt. Hoewel de Wet op de Ruimtelijke Ordening de mogelijkheid biedt 3D-bestemmingsplannen op te stellen, blijkt dit in de praktijk veelal te complex. Zie verder paragraaf 3.7 en hoofdstuk 4, Energie.

BenuttingBodemlaag (meter onder maaiveld)Bijzonderheden
Aanleg tunnels, parkeergarages, leidingen, kabels en goederenopslag0 tot 20 (deklaag)In toenemende mate, vooral in het stedelijke gebied van Rotterdam; dit vergt (veelal tijdelijke) spanningsbemalingen in het 1e watervoerende pakket
Zoetwaterwinning10 tot 40 (1e WP)Vooral in drinkwaterwingebied Donckse bos in de gemeente Ridderkerk
Brakwaterwinning10 tot 40 (1e WP)Vooral in glastuinbouwgebieden bij Hoek van Holland, in Lansingerland en mogelijk op Voorne
Opslag brijn25 tot 80 (2e WP)Vooral in glastuinbouwgebieden bij Hoek van Holland, in Lansingerland en mogelijk op Voorne
Warmte-koudeopslag
1 (WKO)
25 tot 80 (2e WP)In toenemende mate, vooral binnen de stedelijke gebieden
Winning olie/gas1.500 tot 2.500 (trias)Sinds ±1955 op het Eiland van IJsselmonde, maar grotendeels beëindigd
Opslag CO21.500 tot 2.500 (trias)Project onder Carnisselande afgeblazen; in studie onder Noordzee nabij de Rijnmond
Geothermische Energiewinning1.700 tot 5.000Enkele projecten in glastuinbouwgebieden (Lansingerland, bij Hoek van Holland)

© DCMR. Content is onder voorbehoud. donderdag 17 mei 2012 23:20:17